Tegen 2030 wil België het risico op armoede of sociale uitsluiting doen afnemen. Om te weten waar dat risico zich net bevindt, doet de FOD Sociale Zekerheid onderzoeken binnen bepaalde groepen. Nu deed ze dat bij zelfstandigen. "Omdat we al enkele jaren zien dat de inkomensarmoede bij hen hoger ligt dan bij werknemers", duidt Jeroen Horemans, expert sociaal beleid van de FOD Sociale Zekerheid.
Hij heeft het dan specifiek over inkomensarmoede. Daarmee bedoelt hij het monetaire armoederisico, waarbij de levensstandaard op basis van het inkomen van het hele gezin wordt bekeken. Denk dan aan loon of dividenden.
"We zien dat het monetaire armoedrisico voor zelfstandigen die aan het werk zijn, tussen de 12 tot 14,2 procent ligt, terwijl het bij werknemers op 2,8 procent ligt", zegt Horemans.
Dat lijkt problematisch en is het in verschillende gevallen ook, maar toch nuanceert Horemans onmiddellijk. "Als je kijkt naar materiële en sociale deprivatie, oftewel wat mensen zich kunnen veroorloven, zeggen de cijfers iets helemaal anders."
Zo ervaart slechts 1,4 procent van de zelfstandigen ernstige sociale en materiële deprivatie. Daar hebben werknemers met 2,8 procent meer last van. Dat gaat dan over wat ze zich kunnen veroorloven. Denk bijvoorbeeld aan een vakantie van een week of een onvoorziene kost van 1.300 euro kunnen betalen.
Waarom is dat verschil zo groot? "Bij zelfstandigen is er veel meer volatiliteit in hun inkomen: dat schommelt veel sterker. Het is afhankelijk van hoe de markt evolueert, maar ook van hoe bepaalde producten verkopen en wanneer de inkomsten binnenstromen."
Dat merkt ook Brigit, die zelf een boetiek in Antwerpen uitbaat. "Mijn producten zijn seizoensgebonden. Er zijn soms maanden dat ik mezelf minder loon uitbetaal, omdat die maanden nu eenmaal rustiger zijn. Daar heb je als zelfstandige weinig vat op."
"Ook worden de sociale bijdragen in België eerst voorlopig betaald en pas na 3 jaar worden die herberekend", gaat Horemans verder. "Dat, en hoe middelen voor het bedrijf en voor persoonlijk gebruik soms door elkaar lopen, maakt het moeilijk om de levensstandaard in kaart te brengen op basis van een inkomen alleen."
Wie zijn die zelfstandigen die meer risico hebben op inkomensarmoede? Hun profielen zijn vaak gelijklopend met de werknemers, maar er is toch 1 opvallend verschil, merkt Horemans op. "Iemand die werkt en toch arm is, komt meestal uit een gezin waar maar 1 iemand werkt."
"Bij zelfstandigen is dat anders: zelfstandigen met het risico op inkomensarmoede komen vaak uit een gezin waar iedereen die op arbeidsgeschikte leeftijd is, ook effectief werkt." Dat maakt dat van de Belgen die werken en toch in armoede leven, 1 op de 3 mensen zelfstandige is.
Dat verbaast Brigit niet. "Zeker als je ziet hoe bijvoorbeeld de huurprijzen altijd maar stijgen. Dat maakt het soms onmogelijk om op te starten. Tel daar de kosten voor water, elektriciteit en verlichting nog bij: de facturen lopen op. Dat is ongezien."
"Ik denk dat veel zelfstandigen zeggen: 'Ik betaal mezelf minder uit of zelfs een maand niet'. Dat zorgt natuurlijk voor bijkomende moeilijkheden, want ook thuis zijn er rekeningen die op je wachten."
Hoe kunnen zelfstandigen dat risico op inkomensarmoede verminderen? Volgens Horemans vormt de sociale bescherming een belangrijke buffer.
Hij geeft het voorbeeld van de coronaperiode. "Toen hebben heel wat zelfstandigen beroep gedaan op het overbruggingskrediet."
Bij de 20 procent die het minste verdient als zelfstandige, heeft meer dan 72 procent beroep gedaan op dat krediet. Ook bij de hogere inkomens ging dat over bijna een derde.
Zelfstandigen zijn op die manier boven water kunnen blijven. "Dat is maar een voorbeeld, maar ook de werkloosheidsuitkering, pensioenuitkering of ziekte- en invaliditeitsuitkering, maken dat het armoederisico toch wel substantieel daalt met ongeveer een derde."
Brigit merkt ook dat het niet enkel voor de zelfstandige moeilijker wordt, maar dat het ook economisch voor de klant niet makkelijk is. "De consumenten hebben hogere kosten en besteden minder. Hun onzekerheid doet hen ook minder kopen", zegt ze.
Daarom benadrukt ze, net als het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen, het belang van lokaal kopen. Zeker tijdens de wintersoldenperiode. "Dat zijn mensen die zoveel kennis hebben over hun domein. Je haalt er alleen maar voordeel uit."
Minister Simonet (MR), bevoegd voor Middenstand, Zelfstandigen en KMO's, verduidelijkt na deze studie haar plan om zelfstandigen te ondersteunen. "We willen het sociale vangnet versterken door de verlenging van het moederschapsverlof naar 15 weken op te trekken en ouderschapsverlof in te voeren."
"We willen ook helpen door de aangifte en gelijkstelling bij arbeidsongeschiktheid te automatiseren. Zo garanderen we dat uitkeringen sneller en zonder administratieve rompslomp bij de ondernemer terechtkomen."
2026-01-20T05:03:55Z